Een blog over waarom zwemles soms zo moeilijk kan zijn en wat je er aan kunt doen!
Hoera, zwemles!
Veel kinderen kijken enorm uit naar hun eerste zwemles. Het is leuk en vaak ook een beetje spannend tegelijk.
Sommige kinderen hebben al peuterzwemmen gedaan en zijn al lekker watervrij. Voor anderen is het nieuw.
Maar een ding staat vast: alle kinderen willen graag hun diploma halen.
Maar wat als datgene wat zo leuk leek, eigenlijk heel moeilijk blijkt te zijn?
Wat als jouw kind het een stuk moeilijker vindt dan andere kinderen van zijn/haar leeftijd?

Help, zwemles!
‘Het lijkt alsof hij maar niet vooruitkomt’, ‘Ze kan haar hoofd niet boven water kan houden’ of
‘Het lukt maar niet om de schoolslag onder de knie te krijgen’. Deze (soms wat gefrustreerde) uitspraken
hoor ik regelmatig! Er zijn best veel kinderen die moeite hebben met zwemmen en één van de oorzaken
is eigenlijk vrij makkelijk te ‘verhelpen’.
Een dwarsligger is namelijk vaak de Symmetrische Tonische Nekreflex, of kort gezegd: de STNR.
De STNR is een van de vele primitieve reflexen waarmee een baby wordt geboren.
Ze helpen een kind in de eerste maanden van het leven om te groeien, te bewegen en uiteindelijk te leren kruipen.
Rond de 6 tot 8 maanden wordt de STNR actief. Hij zorgt ervoor dat wanneer een baby het hoofd buigt
(kin naar de borst), de armpjes buigen en de beentjes juist strekken. En andersom: gaat het hoofdje omhoog,
dan strekken de armen en buigen de benen. Handig, want zo leert een baby stapje voor stapje hoe kruipen werkt.
Normaal gesproken verdwijnt deze reflex rond de 10 maanden. Maar soms gebeurt dat niet volledig.
Dan blijft de STNR als het ware “op de achtergrond meedoen”. En dat kan jaren later ineens merkbaar worden…
bijvoorbeeld tijdens de zwemles.
Hoe je dat merkt in het water?
Zwemmen vraagt veel van ons lichaam. Je moet je armen en benen los van elkaar bewegen, je hoofd boven water
houden, je ademhaling goed timen én je in een liggende houding voortbewegen. Als de STNR nog actief is,
wordt dat een flinke uitdaging.
Signalen van een actieve STNR zijn:
- Het hoofd boven water houden is lastig
Elke keer dat jouw kind zijn hoofd optilt om adem te halen, reageert het lijf automatisch mee.
De armen strekken of de benen zakken, waardoor de beweging moeilijk correct uitgevoerd kan worden. - Armen en benen werken niet samen
Bij de schoolslag of borstcrawl moeten armen en benen in een soort ritme samenwerken.
Een actieve STNR koppelt die twee echter automatisch aan elkaar en doet de bewegingen tegelijk.
Daardoor gaat de coördinatie mis en wordt het zwemmen houterig of vermoeiend. - Snel moe of wiebelig
Omdat het lichaam steeds tegen de reflex in moet werken, kost zwemmen veel meer energie.
Je kind kan sneller uitgeput raken of gefrustreerd worden. - Ademhalen gaat niet soepel
Zwemmen draait om timing van de ademhaling. Maar als de hoofdpositie steeds invloed heeft op armen en
benen, lukt het moeilijker om rustig en gecontroleerd adem te halen.
Hallo zwemsucces!
Gelukkig betekent een actieve STNR niet dat jouw kind nooit goed zal leren zwemmen.
Er zijn verschillende manieren om te helpen. De allerbelangrijkste is natuurlijk dat jouw kind hulp krijgt bij het
integreren van de STNR. En goed nieuws: dat kan bij Florere Kids op een leuke, speelse manier.
Al heel veel kinderen zijn je voorgegaan en er zijn inmiddels ook heel wat zwemdiploma’s met succes behaald!
Neem dus snel contact met mij op, zodat jouw kind straks ook zwemsucces ervaart.
En wat je thuis kunt doen? Ga lekker bewegen! Kruipen, klimmen en klauteren, dat zijn super zinvolle activiteiten.
Een oefening die specifiek voor de STNR heel goed is, is de “kat-houding” : op handen en knieën, afwisselend hoofd
op en neer bewegen. En allerlei spelletjes waarbij de armen en benen apart bewegen zijn ook altijd een goed idee.
Veel succes!



